Maandelijks archief: februari 2019

I love Beirut

DSC_1915_BW_BkJudy van Luyk is beeldend kunstenaar, afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam en gespecialiseerd in site specific art aan de Kunstacademie (HEAD) te Genève. In november en december 2018 had zij een residency van zes weken in Beirut, georganiseerd door de Beirut Art Residency (B.A.R.). Ze schreef daarvoor een voorstel voor een kunstproject in de openbare ruimte en reisde ze naar Beirut om de stad te onderzoeken en verder vorm te geven aan het project.

Voordat ik naar Beirut afreisde, sprak ik met een vriend die daar zes jaar gewoond heeft. Ik wist dat Beirut ook wel ‘het Parijs van het Oosten’ genoemd wordt. Maar zijn verhalen over een complexe stad met eindeloze files, corruptie en vervuiling, waren nieuw voor me.
Hij sprak over een stad met tegenstellingen. Een stad waar verwaarloosde gebouwen naast moderne, glanzende wolkenkrabbers staan. Een plek waar de schietgaten, als littekens van de oorlog zichtbaar zijn en het vredesevenwicht wankel aandoet. Maar tegelijkertijd vertelde hij hartstochtelijk over de vriendelijkheid en de levenslust, die de inwoners van Beirut zo typeert. Ze houden van hun stad en ze haten hem tegelijkertijd. En als je er bent geweest, zei hij, wil je weer terug. Ik kon dit op dat moment niet goed bevatten, maar hoopte net als hij van deze stad te gaan houden. Lees meer ›


Regioprofielen en beeldende kunst

regioIn haar beleidsbrief Cultuur in een open samenleving van maart 2018 stelde minister Van Engelshoven (OCW) zich ten doel meer ruimte te bieden aan de diversiteit van verhalen, kunstuitingen en een nieuwe generatie makers. Om dit te kunnen waarmaken wil zij meer samenwerken met gemeenten en provincies en bereidt OCW samen met steden en provincies de nieuwe cultuurplanperiode 2021-2024 voor. Het idee is dat met behulp van regioprofielen er beter rekening gehouden kan worden met de samenstelling en de behoefte van de bevolking, met de identiteit en verhalen uit de regio en met het lokale klimaat voor de makers en kunstenaars. Samenwerkende gemeenten en provincies gingen aan de slag en beschreven hun gezamenlijke visie op kunst en cultuur in de regio en leverden hun regioprofielen in op 1 november 2018. We scanden deze profielen op hun beeldende kunstgehalte.

Het volledige artikel staat in BK-informatie nummer 1 (1 februari 2019)


Het Culturele Leven

HCLTussen 2012 en 2017 stelde het ministerie jaarlijks de publicatie Cultuur in Beeld samen die een overzicht gaf van trends en ontwikkelingen in de cultuursector, met onder meer het doel de kwaliteit van informatievoorziening in de sector te verhogen. Omdat deze analyse en presentatie echter niet als onafhankelijk en objectief beschouwd kan worden, is gestopt met de publicatie Cultuur in Beeld en is het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uitgenodigd tot een periodieke cultuurmonitor te komen op basis
van kernindicatoren. Het SCP ontwikkelde een nieuw, onafhankelijk model om het culturele leven in Nederland in kaart te brengen en die het eenvoudiger moet maken ontwikkelingen in de sector te volgen. In november publiceerde het SCP de publicatie Het Culturele Leven, “een aanzet (…) tot een rapportage over het culturele leven”.

Het volledige artikel staat in BK-informatie nummer 1 (1 februari 2019)


Adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur

266px-Ingrid_van_Engelshoven_(cropped)Op 20 december 2018 stuurde minister Van Engelshoven (OCW) haar adviesaanvraag over het cultuurstelsel voor de periode 2021-2024 naar de Raad voor Cultuur. In de begeleidende brief spreekt de minister haar aandacht uit voor de makers, zij wil hen ruimte bieden door te investeren in kwaliteit, nieuwe groepen kansen te geven en door verder dan de klassieke disciplines te kijken. De vijftien profielen van de stedelijke regio’s spelen een grote rol in het uit te brengen advies (zie ook pagina 8). De raad is gevraagd voor 1 april 2019 zijn advies uit te brengen.

Het volledige artikel staat in BK-informatie nummer 1 (1 februari 2019)


Instrumenteel

BK-INFO-2019-all-DEF 1De vorige minister die kunst en cultuur onder haar hoede had, Jet Bussemaker, zette zich in om de schade die haar voorganger Halbe Zijlstra in het kunstenlandschap had achtergelaten enigszins te herstellen. Vrij succesvol had Zijlstra de kunsten een slecht imago bezorgd; de kunsten lagen onder vuur en ogenschijnlijk ook de waardering ervoor. De inzet op dit vlak van Bussemaker bestond uit het onderstrepen van het nut van de kunst: instrumentalisme won terrein en doet het na al die jaren nog steeds goed. Kunst als instrument, als middel om andere dingen in gang te zetten –zoals gentrificatie– is alom geaccepteerd, sterker nog het duikt steeds vaker op als een raison d’être van de kunst.

Weinig beleidsmakers schrijven in hun stukken dat kunst in zichzelf een waarde vertegenwoordigt die verder geen onderbouwing behoeft. In de zoektocht naar meer bezoekers, bewoners, toeristen, bedrijven, jongeren, ouderen, enzovoort, gaat kunst juist vaak om het aantrekkelijker maken van een dorp, stad, regio of het hele land. En dan wordt het bestaansrecht van kunst algauw gevonden in economische belangen. Kunst als aanjager van de economie, kunst die goed is voor de portemonnee (behalve voor die van de kunstenaar) – dat van die portemonnee moeten leden van het Koningshuis overigens ook hebben gedacht. Nationaal erfgoed? Nee, een instrument om geld te verdienen. Lees meer ›


Volg ons op social media

Facebook
Facebook
Twitter
Instagram