ZIN

KAPKAR/ TAW-BW-5860Frank Havermans (1967) is beeldend kunstenaar/vormgever, werkzaam in Heeswijk (NB) en heeft architectonische vormgeving gestudeerd op de Academie St.Joost. Hij maakt architectonische installaties al dan niet met gebruiksfunctie onder de naam KAPKAR. Zijn interesse in hyper stedelijkheid komt tot uitdrukking in tekeningen en 3D onderzoeksmodellen onder de naam TOFUD. Al zijn werk kan gezien worden als strategische experimentele architectuur die verandering van de leefomgeving ten doel heeft door op een meer verbeeldende manier architectuur en stedenbouw te bedrijven. Alweer enige tijd geleden, van 2000 tot 2004, verbleef hij als eerste artist-in-resident bij de ZIN in Vught.

In 2000 werd mij gevraagd om in het voormalige klooster Huize Steenwijk van de Fraters van Tilburg in Vught een bijzondere kastenwand te ontwerpen en te maken. De fraters hadden door inkrimping van de congregatie de locatie al jaren verlaten en het gebouw stond leeg. Ze wilden het landgoed niet verkopen in verband met de begraafplaats voor de broeders die zich daar bevindt.

Na jarenlang plannen maken werd het deels neogotische klooster herbestemd en door Marx en Steketee architecten op een bijzonder mooie manier verbouwd. Het is ingericht met speciaal ontworpen design en aan de muren hangt kunst uit de NOG collectie. Ook werd een klein nieuw complex voor een tiental fraters bijgebouwd. Het voormalige klooster werd betrokken door ZIN, een nieuwe organisatie die zich richt op het verbinden van werk, zingeving en spiritualiteit. Kunst moest integraal deel uit gaan maken van dit concept.
Als onderdeel hiervan werd door de fraters, ZIN en Frank Eerhart (CKB Eindhoven) een gastatelier bedacht op het acht hectare grote landgoed. Daarvoor werd een tuinschuur van ± 100m2 op het terrein aangewezen en als onderdeel van de grote verbouwing meegenomen door de architecten.KAPKAR/ TAW-BW-5860

Alle aanbouwtjes werden verwijderd en de noordgevel werd opnieuw opgebouwd met een vijftal grote ramen. Het werd opgeleverd met ruwe betonvloer, onafgewerkte muren, en zonder verwarming, stroom of water. Ik was erg blij met de opdracht om de kastenwand te maken in het kloostergebouw en opgetogen dat ik voor de fabricage hiervan als eerste kunstenaar in deze schuur aan het werk kon. Het was een van mijn eerste opdrachten en de kans om in zo’n mooi gebouw iets toe te mogen voegen vond ik geweldig. Nog beter werd het toen ik na oplevering hiervan als vervolgopdracht door ZIN en de Fraters werd gevraagd om ook de beoogde atelierwoning te ontwerpen. Nadat ik de kastenwand in het kloostergebouw had opgeleverd werd besloten dat ik nog wel even in de schuur kon blijven werken om het ontwerp voor de atelierwoning te maken. Dan was de plek alvast maar in gebruik als atelier en ontstond er niet het gevaar dat de ruimte voor andere doeleinden zou worden gebruikt en het idee van een gastatelier naar de achtergrond zou verdwijnen.

Ik was inmiddels vertrouwd met de omgeving en ging elke dag naar het landgoed in ontwikkeling dat toen nog niet was bewoond door de fraters. Ik had de sleutel van het hek en was er vaak ook nog ’s avonds laat helemaal alleen. Het is een mooie omgeving met een klein bos en een grote 19e-eeuwse tuin met veel oude beukenbomen, mooie waterpartijen en de grote begraafplaats op enkele stappen van het atelier. Daaromheen weilanden van andere chique landgoederen in Vught. Naast een zelf meegebracht veel te klein gaskacheltje zette ik een oud bureau weg, daarmee gaf ik invulling aan het idee van het gastatelier.
Ik begon in de koude met het maken van het ontwerp van de atelierwoning. Door er zelf al te werken en de omgeving goed in me op te nemen kreeg ik een goede indruk van wat er nodig was om het geschikt te maken voor kunstenaars die hier enkele maanden zouden verblijven. Ik ontwierp een soort van samengestelde ruwe kist van constructiemultiplex die op de bestaande ankerbalken van de schuur kwam te liggen en die als los element in de ruimte hangt.KAPKAR/ TAW-BW-5860

Na een paar maanden ontwerpen kon ik in het voorjaar van 2001 dit ontwerp aan de fraters en aan ZIN presenteren. Iedereen was erg enthousiast en het leek dan ook snel gerealiseerd te kunnen worden. Echter door de drastische verbouwing van het kloostergebouw en de aanpassing van het terrein die vele miljoenen hadden gekost was het geld op en er kwam een tijdelijke geldstop. Dat was een flinke tegenvaller en ik moest dus geduld hebben. Als compensatie werd voorgesteld dat ik voorlopig in het gastatelier in wording zou kunnen blijven werken tot er weer geld beschikbaar zou zijn. Dat was natuurlijk fantastisch en ik was dan ook elke dag op het landgoed om te werken. Dat dit uiteindelijk nog drie jaar zou duren had niemand kunnen denken. De vrijheid die ik er had was enorm, ik kon doen en laten wat ik wilde en in die periode heb ik daar vele installaties ontworpen en gemaakt. De schuur groeide vol met materialen en machines en in de hoek stond nog steeds het oude bureau en het gaskacheltje dat bij lange niet genoeg vermogen had de ruimte te verwarmen. Ook besteedde ik toen veel tijd aan het maken van tekeningen.

In de tussentijd werd ik steeds meer kind aan huis en liep ik regelmatig langs bij ZIN of de fraters. Met frater Ad, die vaak buiten was, praatte ik over zijn kippen en eenden en met frater Wim Verschuren over kunst, barmhartigheid en andere diepere zaken. ZIN was inmiddels in vol bedrijf en regelmatig liepen er mensen binnen. Soms kwam iemand alleen, maar vaak waren het groepen die zich aan ‘de kunstenaar’ kwamen laven. Ik heb het nooit voor elkaar gekregen om een aankondiging te bewerkstelligen. Het gezamenlijke wonen en werken zijn zo integraal onderdeel van de Fraters dat ze gewoon niet ze dat zouden doen dat het dan over zou zijn met de ambitie om een integraal kunstatelier te maken. De fraters waren het daar dan altijd mee eens.
In die jaren dat ik op deze bijzondere locatie heb gewerkt zijn bijna alle installaties die ik in die tijd heb gemaakt hier ontstaan en vaak ook gemaakt. Voor mij is het een hele vruchtbare periode geweest waar ik de tijd had om me te ontwikkelen in alle stilte, rust en vrijheid.

KAPKAR/ TAW-BW-5860Begin 2003 was er eindelijk weer geld om de atelierwoning te maken. Omdat ik alleen de houten constructie van de woning had ontworpen en het interieur nog niet had uitgewerkt, heb ik tijdens het bouwen alle details zoals keuken en douche ontworpen tijdens de uitvoering, zo eenvoudig mogelijk, in de traditie van de kloostercel. Daar heb ik ook alle tijd voor genomen. Er was geheel in de gedachte van het kloosterleven geen tijdsdruk en dat was erg goed voor het proces.

De kleine hangende woning bestaat uit vijf onderdelen; een kleine gang met een trap naar boven, links en rechts daarvan twee doosvormige ruimtes met daarin toilet/douche en keuken. Op de bovenverdieping een slaapplaats en een klein bureau. Deze bovenruimte is de enige plek waar je ook helemaal uit het zicht bent. Via deze ruimte kun je ook in de ruimte komen die door de achtergevel naar buiten steekt. Hier is verder geen programma, er staat alleen een stoel. Een prima plek om te mijmeren en uit te kijken over de mooie gracht en de begraafplaats.

Met de bouw van de atelierwoning had ik mijn eerste succes omdat ik er de Houtarchitectuurprijs mee won. Ik werd tevens genomineerd werd voor de AMNAI Prijs voor jonge architecten en ontving een eervolle vermelding bij de Nederlandse Bouwprijzen in de categorie Gebouwen. Het is nationaal en internationaal veel gepubliceerd. De open en nieuwsgierige houding van de fraters en ZIN hebben hier een belangrijke rol in gespeeld. Door hun bijzondere opdrachtgeverschap kreeg ik ook echt de kans om me te ontwikkelen met een betaalde opdracht.

KAPKAR/ TAW-BW-5860ZIN is anders dan andere residencies. Het is onderdeel van een kloostergemeenschap en een daaraan gelieerd bedrijf ZIN. Ondanks dat je veel vrijheid hebt moet je je daar wel toe verhouden en dat wordt ook van je verwacht. Maar dat gaat door de open houding van de fraters en ZIN voor iedereen die er werkte eigenlijk vanzelf.

Nadat de atelierwoning was opgeleverd en ik na vier jaar in 2004 uiteindelijk vertrok, deed ik dat met pijn in het hart. Ik was verknocht geraakt aan de plek en de mensen die er werkten. Maar het goede was dat er nu eindelijk ook andere kunstenaars van de plek gebruik konden maken. Inmiddels zijn dat er al zo’n vijfentwintig, ongeveer twee per jaar die er plusminus drie maanden verblijven. Van de kunstenaars die ik heb gesproken heb ik alleen maar positieve reacties gekregen op het verblijf en werken op het landgoed, de woning en natuurlijk het bijzondere contact met de broeders en ZIN.

frankhavermans.nl/studio/item/kapkar-taw-bw-5860
www.kloosterhotelzin.nl/over-zin/het-atelier


Volg ons op social media

Facebook
Facebook
Twitter
Instagram

Volg ons op Twitter