‘Uomo Universalis’

De eindexamententoonstellingen van de kunstacademies zijn weer achter de rug. Veel nieuwe jonge kunstenaars betreden nu de ‘markt’ en enkelen daarvan zullen zich gaan begeven op het terrein van kunst in de publieke ruimte. Welkom!

“De openbare ruimte is (…) verregaand geprivatiseerd en dus beschouwt de burger die veranderd is in consument deze niet meer als een gedeelde ruimte waarin je rekening houdt met anderen.” schreef kunstcriticus en publicist Rogier Ormeling op 30 juni in een opiniestuk in de Volkskrant. Ook de Boekmanlezing op 27 juni* ging over die publieke ruimte en de veranderingen daarin en de consequenties daarvan voor de rol van de kunstenaar in die, geprivatiseerde, publieke ruimte.

In de Boekmanlezing verdedigde cultuurfilosoof René Boomkens de stelling dat de publieke ruimte sociaal en politiek onder druk staat zodat haar voortbestaan onder druk staat. Daarbij gaat het met name over de ruimte-lijke uitdrukking van ongelijkheid, oftewel segregatie. De rol van de kunstenaar in die gesegregeerde publieke ruimte als ‘antropoloog’ en als “megafoon van de gebruiker” is daardoor essentieel geworden en vraagt om actieve deelname in de inrichting van die ruimte; de tijd van kunst als verfraaiing van de publieke ruimte is al lang voorbij. Het publieke domein, de publieke ruimte, verandert voortdurend en dus ook de kunst in die publieke ruimte, en het opdrachtgeverschap daarvan. De wereldwijde ontsluiting van het wereldwijde web voegt nog eens een extra, virtuele, dimensie toe. Tegelijkertijd privatiseert de publieke ruimte, inclusief het digitale deel daarvan.

Ook in de onlangs verschenen Boekman #111 (zie pagina 5) waarin kunst en de publieke ruimte centraal staan lezen we dat met het veranderen van de publieke ruimte ook de kunstenaar verandert. De kunstenaar houdt zich niet meer alleen bezig met het aankleden en verfraaien van de publieke ruimte, maar maakt in zijn of haar werk steeds meer deel uit van de publieke ruimte. Denk daarbij aan de kunstenaars en kunstenaarsinitiatieven in stadswijken en kleine gemeenschappen die samenwerken met bewoners en lokale organisaties en op die manier de publieke ruimte en de beleving daarvan positief proberen te beïnvloeden.

Het lijkt er op dat de kunstenaar steeds meer een participerende stadssocioloog wordt die dankzij zijn of haar esthetische vaardigheden de publieke ruimte kan duwen in een bepaalde richting. Kunstenaars in de publieke ruimte doen daar meer dan creëren: ze observeren, discussiëren, praten, bemiddelen, experimenteren, overleggen, onderhandelen, begroten, activeren, bouwen, komen tot consensus, etc. Dat is nogal wat. Een goed opgeleide manager zou jaloers zijn op dit palet van vaardigheden. De kunstenaar als goed opgeleide manager die ook nog over sociaalpsychologische, sociaalpolitieke, ruimtelijke en – niet te vergeten – esthetische vaardigheden beschikt.

Een uomo universalis die ‘we’ hard nodig hebben. Het zal dus wellicht niet lang meer duren voordat het aantal de toelatingen van studenten aan de kunst-
academies door de overheid weer omhoog wordt geschroefd. Nederland, ieder land, heeft dit soort alleskunners hard nodig. En ze zijn niet duur.
Van harte welkom!

* De video-opname van de Boekmanlezing vindt u op boekman.nl


Facebook
Facebook
Twitter
Instagram

Volg ons op Twitter